
Burgemeester Mulder: ‘Achter elk getal gaat een mens schuil’
Nieuws 540 keer gelezenCulemborg - “Niet alleen op 4 mei, maar elke dag opnieuw moeten wij ons realiseren hoe kwetsbaar vrijheid is. Dat uitsluiting niet ineens ontstaat, maar klein begint – met woorden, met wegkijken.” Dat zei burgemeester Marinka Mulder in haar toespraak tijdens de jaarlijkse dodenherdenking. Hieronder de integrale tekst van haar toespraak.
Beste Culemborgers,
Het is 81 jaar geleden dat het geluid van oorlog in Nederland verstomde. Vandaag herdenken we hen die hun leven verloren door oorlog en geweld. Onze geschiedenis draagt de littekens van verzet en verlies. En we vragen ons ieder jaar af, hoe kon het toch zo ver komen? Herdenken is ook de geschiedenis proberen te begrijpen.
Begrijpen is meer dan weten wat er gebeurd is. Het is proberen dichtbij te komen. Het is het doorgeven van verhalen. Het blijven noemen van de namen. Het is erkennen dat achter elk getal een mens schuilgaat – iemand met dromen, met familie, met een plek in onze stad.
Geschiedenis dichterbij
Vanavond wil ik die geschiedenis dichterbij brengen. Door enkele verhalen te vertellen van mensen uit Culemborg. Mensen die hier woonden, werkten, liefhadden. Mensen die werden buitengesloten, vervolgd en vermoord. We denken aan de Joodse inwoners van onze stad.
Ik neem u mee naar 7 december 1940. Een koude avond. Sam Wijsenbeek loopt door de Kattenstraat, langs het stadhuis, over de Markt, naar de Varkensmarkt. De gemeenteraad vergadert die avond vanwege een verbouwing in hotel De Klok. Het is een gewone raadsavond. Of zo lijkt het.
Maar het is de laatste keer dat Sam Wijsenbeek daar als raadslid zal zijn.
Een week later wordt bekendgemaakt dat hij zijn functie heeft neergelegd. “Om redenen die u wel kunt vermoeden,” zegt de toenmalige burgemeester. We weten inmiddels wat daarachter schuilging. Het was het begin van uitsluiting. Van het stap voor stap verwijderen van mensen uit het openbare leven, uit hun werk, uit hun stad.
Zo begon het. Niet met grof geweld, maar met woorden, met besluiten, met ogenschijnlijk gewone handelingen. En zo werd ook in Culemborg een gemeenschap stukje bij beetje uiteengedreven.
Arnold en Speijer Sterk
Vanavond wil ik ook het verhaal van Arnold en Speijer Sterk benoemen. Zij woonden aan de Rijksstraatweg, nummer 9. Een vader en zijn zoon. Een gezin dat, na het verlies van de moeder, zo goed en zo kwaad verder ging met het leven. Kinderen groeiden op, vonden hun weg, bouwden aan hun toekomst. Tot die vroege ochtend van 25 juni 1941.
Arnold en Speijer werden met een aantal kameraden van de Communistische partij opgepakt. In heel Nederland gebeurde dat in die dagen met honderden mensen. Hun politieke overtuiging maakte hen tot doelwit.
Ook voor hen loopt het niet goed af. De van oorsprong Culemborgse schrijfster Irene Bakker Sterk vertelt in haar roman Dromenjagers het verhaal van Arnold - haar opa - en Speijer - haar oom. Het is van grote waarde dat deze geschiedenis wordt vastgelegd. Dat namen blijven klinken. Dat levens zichtbaar blijven.
KNIL-militairen
Vanavond staan we ook stil bij een ander, lang onderbelicht verhaal. Het verhaal van de heren Anis Nahumury en Paul Souhuwat De laatste twee KNIL-militairen in Culemborg. Mannen die zij aan zij vochten met Nederlandse militairen, vaak ver van huis, in moeilijke en gevaarlijke omstandigheden. Dit jaar is het precies 75 jaar geleden dat zij naar Nederland werden gebracht. Met de belofte dat hun verblijf tijdelijk zou zijn. Een belofte die, zo weten we nu, niet werd nagekomen. Wat volgde was een leven tussen twee werelden, met heimwee, met onzekerheid, maar ook met veerkracht. Hun geschiedenis is geen verre geschiedenis. Die is hier, in onze stad, deel geworden van wie wij zijn.
Ervaringen verdwijnen niet zomaar
Wij zijn allemaal nazaten. Van mensen die iets meemaakten. Oorlog, vervolging, verlies, ontworteling. Die ervaringen verdwijnen niet zomaar. Ze worden doorgegeven van generatie op generatie. Herdenken vraagt dat we blijven luisteren naar die verhalen. Dat we ruimte maken om het verleden te begrijpen, zodat we beter richting kunnen geven aan de toekomst.
En dat we ons telkens weer afvragen wat dit vandaag van ons vraagt.
Uitsluiting
Niet alleen op 4 mei, maar elke dag opnieuw moeten wij ons realiseren hoe kwetsbaar vrijheid is. Dat uitsluiting niet ineens ontstaat, maar klein begint – met woorden, met wegkijken, zoals bij het raadslid Sam Wijsenbeek. Juist in onze tijd hebben wij mensen nodig die opstaan. Naast de ander staan als iemand wordt gekleineerd, buitengesloten of gekwetst: sta op, laat je stem horen. Zo voorkomen we dat onverschilligheid opnieuw wortel schiet.
Daarom is het zo belangrijk dat we hier samen zijn.
Dat we de namen blijven noemen.
Dat we de verhalen blijven vertellen.
Dat we elkaar blijven zien.
Dank u wel.





















