
‘Afrika stond altijd op nummer één’
Culemborg - Het leven van de op 8 mei overleden Henk van Kesteren stond elk moment van de dag volledig in het teken van hulp aan Afrika. “Meer dan zestig jaar heb jij geprobeerd om de wereld een klein beetje mooier te maken”, zei dochter Natasja vrijdagmiddag tijdens een mooie uitvaartdienst in de Rooms-Katholieke Barbarakerk.
In zijn Werkplaats voor de Wereld in gebouw Het Kwarteel maakte hij speelgoed, kistjes en schilderijlijstjes om geld in te zamelen voor projecten in Afrika. De artikelen werden gemaakt van afvalhout dat via bedrijven of via particulieren werden aangeleverd. Wat klein begon in de jaren zestig, groeide uit tot een levenswerk waarmee meer dan 1,3 miljoen euro werd ingezameld voor scholen, ziekenhuizen, waterputten en gemeenschappen in Afrika. De laatste twee decennia vooral voor een gehandicaptencentrum in Mbeya en de Mwenyeheri Anuarite Scholengemeenschap in Makoka, een enorme sloppenwijk bij Dar es Salaam, de hoofdstad van Tanzania. De Werkplaats van Henk ondersteunde deze school al vanaf de allereerste dag.
Ontmoeting
Van Kesteren kwam begin jaren zestig voor het eerst in Afrika, waar hij zijn vervangende dienstplicht vervulde. De belangrijkste gebeurtenis tijdens de uitzending was een ontmoeting met een vluchteling uit Congo in november 1964, één maand voordat hij weer zou terugkeren naar Nederland. De wens van de vluchteling was om één dag te mogen werken, om z’n vrouw en kinderen minstens één dag te eten te kunnen geven. En dat werk had Henk op dat moment niet voor hem. Deze man stond daarna altijd centraal in zijn denken en handelen ten aanzien van armoede. “Ik kijk met de ogen (en voel met het hart) van deze vluchteling, staande in de westerse wereld, naar een wereld die van westers standpunt uit alleen oog heeft voor de economie op de westerse manier.”
De werkplaats in het Kwarteel was een plek waar iedereen welkom was: om iets te kopen, om te praten of om even de geur van hout op te snuiven. Wie binnenliep, wist dat een bezoek nooit vijf minuten duurde. “Afrika stond altijd op nummer één”, vertelde Natasja tijdens de uitvaartdienst.
Rommelmarkt
Natasja noemde in haar toespraak ook de jaarlijkse rommelmarkt, de fietstocht op Tweede Pinksterdag, de braderieën en kerstmarkten. De rommelmarkt werd steevast op de derde zaterdag van mei gehouden. “Al weken van tevoren brachten mensen hun oude huisraad. De schuur, de garage, de zolder en de tuin stonden tegen die tijd propvol. In de vroege ochtend om half zeven, toen iedereen nog sliep, werd de hele mikmak naar de groenstrook voor ons huis aan de Beukeboom gebracht. Op dat moment stonden er al mensen om tussen de spulletjes te neuzen of dat er nog iets voor ze bijzat.”
Henk reed rond met een fiets met daarop het bord ‘Actie voor Tanzania’. Natasja: “Half Culemborg kende die fiets en wist ook van wie die was. Een fiets overigens die nooit op slot stond. Als wij dan zeiden: ‘Pap, straks wordt ‘ie nog gestolen’, dan antwoordde hij: ‘Dan zal iemand anders hem harder nodig hebben dan ik.’ En wonder boven wonder: die fiets kwam altijd terug.”
Kleinkinderen
Ook de kleinkinderen groeiden op met zijn levenswerk. “Ze weten van kinds af aan niet anders dan dat opa bezig was voor Afrika, bezig in zijn werkplaats. Paps vertelde graag vol passie over zijn projecten aan de kinderen op de basisscholen.
Voor Henk was er nooit een ‘wij’ of ‘zij’. “Er was alleen de medemens”, staat op de rouwkaart. “Tot zijn laatste moment stond de ander op één. Dat was zijn eenvoud, dat was zijn kracht.”
Natasja: “Hij geloofde enkel in de goedheid van de mens.”
Van Kesteren was onbaatzuchtig, maar vooral ook bescheiden. Natasja: “Mijn paps hield niet van poespas. Zijn onderscheidingen, daar liep hij niet mee te koop. Die lagen gewoon ergens in een doosje in de kast.”
Bevlogen
Henk van Kesteren was bevlogen. Natasja: “Soms misschien iets te bevlogen. Hij kon moeilijk schakelen. En als hij ergens in geloofde, dan wilde hij je daarvan overtuigen. Soms met zoveel passie, dat er weinig ruimte overbleef voor iets anders. En eerlijk is eerlijk: dat was niet altijd makkelijk.”
Zeker ook niet voor moeder Corrie. “M’n moeder heeft hem alle ruimte gegeven, om zijn missie te kunnen leven. Zij zorgde voor hem, ontzorgde hem. Zonder haar was dit levenswerk nooit mogelijk geweest.”