Gedicht: Als mijn hoofd een stad was

Als mijn hoofd een stad was
dan sliep de stad niet
Is het overbevolkt tot aan de nok
dan zijn de bibliotheken druk bezocht

Altijd stemmen om en in mij heen
Iedereen is
druk voel ik ook op mijn schouders
niet alleen van het leven maar ook van mijn ouders

Als mijn hoofd een stad was
sprak iedereen verhalen
Midden in het centrum
een grote kluis voor al mijn woede
die houd ik angstvallig op slot
maar wat als de boosheid mij opslokt
of het slot uit zijn slof schiet

De binnenpoort strak gesloten
tot hij openging; de verhalen zouden stromen

De rivier zou overstromen
van toekomst en dromen
die ik soms, net als de weg, kwijt lijk te zijn
Straten vol spiegels
die niet mij maar mijn onzekerheden laten, zien.
Waarom moet het toch altijd perfect, altijd een 10.

Probeer me te concentreren
omdat de meester dat zegt
maar het lukt me niet
niet écht

Alleen in de allerhoogste toren in de stad
heb ik overzicht.
Niemand die mij mist.
Zouden het die mensen zijn
die zich voelen net als mij
die niemand anders ziet

Als mijn hoofd een stad was
Was er altijd wel een lichtje
In mijn brein en in mijn hart
die de wacht houdt
in onze stad

Marinda Pieron, een compilatie van de gedichten die leerlingen schreven in de WoordKunst workshops in de klas.