Logo culemborgsecourant.nl


Foto:

Inspiratie

  Column

"Dan vraag je dat maar aan de wind, want daar wil je kennelijk wel naar luisteren." Het is een zin die de vriendin de laatste tijd wel vaker inzet als laatste en allesbeslissend argument om een hoogoplopend meningsverschil in haar voordeel te beslechten. Ik kan het haar niet echt kwalijk nemen, ik moest er zelf zo nodig over schrijven in m'n vorige column. Over dat luisteren naar de wind. Over hoe ik woorden en kleine positieve zinnen en boodschappen meen te horen in het zachte fluisterende windgeruis. Dat moet je natuurlijk niet helemaal voor honderd procent letterlijk nemen, het is meer een verklaring voor waar iets onvangbaars als inspiratie vandaan komt. Maar goed, dat probeer ik dan wel voor het voetlicht te brengen tijdens een volgend huiselijk debat.

Als ik aan mevrouw Els zou vragen waar inspiratie vandaan komt dan zou ze zonder nadenken omhoog wijzen naar de hemel. En misschien heeft ze daar ook wel gelijk in. Het onvangbare, het goddelijke, het onverklaarbare; het komt waarschijnlijke allemaal ergens uit dezelfde koker die verraad dat er meer is tussen hemel en aarde.

Ik mis de schrijfsels van mevrouw Els eigenlijk best wel. Ik ben dol op taal en daarom ook op dialect. Dat biedt zo'n mooi extra palet aan woorden om je in uit te drukken. Ik moest me soms verzetten tegen een opkomend gevoel van jaloersheid als ik weer zo'n prachtig dialectwoord las in één van haar ‘kollems’. Wat een gemis dat ik dat Kuilenbûrgs niet uit m'n vingers of mond weet te krijgen, maar natuurlijk weegt dat niet op tegen het gemis van het nooit meer kunnen lezen van al die mooie woorden in deze krant.

Maar genoeg over dialect. Tijd voor een klein gedichtje. De woorden die ik hoorde toen ik met m'n ogen dicht in de zon stond en luisterde naar het gefluister om me heen.

Seizoenen blijven draaien, als planeten in hun baan, maartse zon ze wakkert alles, natuur begint van voor af aan.

En ze streelt lief en zacht, net jouw hand in mijn gezicht, het heeft een helende werking, baden in dit warme licht.

Het voelt vertrouwd dat we stil zijn, toch wil ik door niet langer alleen, ik vind het best om te verdwalen, al hoef ik eigenlijk nergens heen.

Hier fluistert het voorjaar, alles komt weer goed, als we maar van elkaar blijven houden, als mensen van vlees en bloed.

Nu zal ik eerlijk zijn, helemaal rauw is dit niet. Ik heb er wel een beetje aan lopen schaven. Dat moet ook wel, want de wind fluistert niet altijd even duidelijk. Zo leek onderstaande het begin van iets, maar uiteindelijk kwam het niet uit de verf. Dan laat ik het maar waaien, weer los in de wind, in de hoop dat iemand anders er meer inspiratie in vindt.

Ik ben de schuddebuik, die als laatste rammelt in het pak, die dat viert als overwinning, maar doelloos belandt in de afvalbak.

Column Marinus Hoogmoed

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden