Logo culemborgsecourant.nl

Ingezonden brief: ‘Kinderlijke eenvoud’

“Als bewoners van het buitengebied van Culemborg volgen wij de ontwikkelingen met betrekking tot het mogelijk plaatsen van windturbines op de voet.

Los van het feit dat wij een gevoel van onbehagen ervaren met betrekking tot het “veranderen van de spelregels tijdens het spel” (er was bij eerdere besluitvorming per slot van rekening sprake van kleinere en minder windturbines, was voldoende draagvlak een vereiste en is de inspraak van de buitengebied bewoners in de besluitvorming bewust tot nagenoeg nihil gereduceerd om nog maar te zwijgen over het willen veranderen van een natuur-, vogel en stiltegebied in een mega-windturbine-industrieterrein), speelt een onverwachte kijk op de zaak een grote rol.

Mijn zoontje van bijna 10 jaar oud krijgt natuurlijk ook e.e.a. mee van het wel en wee omtrent de ontwikkeling van een windturbine park en beleeft dit vanuit zijn eigen perspectief.
Hij keek dan ook met veel interesse met ons samen naar het programma “In het vizier van De Jager” van 28 januari j.l. Vooral het laagfrequente geluid baart hem zorgen: “maar als straks die molens er staan, dan word ik daar toch ziek van?”. Ik leg hem uit dat door veel wetenschappers is onderzocht of dat echt zo is en dat deze onderzoeken er op wijzen dat dat wel erg waarschijnlijk is. Ik voeg daar aan toe dat zulke grote molens nog niet bestaan in Nederland en dat het dan moeilijk is om mensen, die beslissen of die molens er wel of niet komen, er van te overtuigen om het voor de zekerheid nog maar even niet te doen. “Dus mensen die er verstand van hebben zeggen dat wij er zóveel last van krijgen dat we er ziek van worden, maar dat kan meneer Reus niks schelen en zet die molens er toch neer?”. Ik vertel hem dat het nodig is om milieuvriendelijke energie op te wekken en dat deze meneer zich daarmee bezighoudt en met heel veel dingen rekening moet houden en dat hij niet iedereen tevreden kan houden.

“Dan is ‘ie niet eerlijk”. “hoe bedoel je”, vraag ik. “Nou, hij vraagt net of ‘ie dan tegen z’n kleinkinderen moet zeggen dat opa het uitzicht niet zo mooi vond”, zegt hij. “Dus hij doet net alsof ‘ie het voor zijn kleinkinderen doet, maar eigenlijk zegt ‘ie dat hij het belangrijk vindt wat zijn kleinkinderen van hem vìnden”, vervolgt hij. Met stomheid geslagen besef ik dat tussen deze definitie van egoïsme geen speld te krijgen is. Als een kind van bijna tien jaar oud deze conclusie kan trekken, wat zegt dat over een wethouder die willens en wetens op het punt staat de gezondheid en het welzijn van talloze kleine kinderen die in het gebied wonen en de toekomst van tientallen gezinnen te ruïneren zonder daar zelf ook maar enige hinder van te ondervinden? Gewetenloos, halsstarrig, narcistisch en kortzichtig, maar zijn kleinkinderen? Ja, die vinden hem straks wèl een fijne opa.

Intussen zijn er vanuit de medische hoek voldoende aanwijzingen dat windmolens de gezondheid schaden en bevat de wetenschappelijke literatuur al meer informatie over windmolens dan vermoed wordt. Laten we hopen dat meneer Reus alsnog deze aanwijzingen en literatuur actief buiten zijn eigen perceptie benadert en zijn goedbedoelde uitspraak: “Als we hard kunnen maken dat mensen ziek worden van windmolens, dan stop ik er acuut mee”, waar maakt.
Tot slot de opmerking dat de voorgenoemde uitspraak door de heer Reus volkomen verkeerd is geplaatst. Als hij werkelijk het beste met de burgers voor zou hebben zou er hebben gestaan: “Als we hard kunnen maken dat mensen niet ziek worden van windmolens, dan gaan we er pas mee verder”; dat is namelijk de zorgplicht die juist hij als wethouder heeft conform de Nederlandse wetgeving.”

E. Jorksveld
Buitengebied-bewoner Culemborg.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden